donderdag 28 juni 2012

Theorie koudbloedige dino onderuit

Theorie koudbloedige dino onderuit:
Jaarlijkse groeilijnen in het skelet werden in eerste instantie alleen gevonden bij koralen, schelpdieren, vissen, amfibieën en sommige reptielen. Dat zijn allemaal koudbloedige, langzaam groeiende dieren die voor het regelen van hun lichaamstemperatuur afhankelijk zijn van hun omgeving. Er werd aangenomen dat de lijnen een pauze in de botgroei representeerden en dat die pauze wordt veroorzaakt doordat koudbloedige dieren in extreme omstandigheden (zoals winterse kou) niet in staat zijn om de groei van het skelet op peil te houden. Warmbloedigen kunnen in diezelfde omstandigheden wel doorgroeien, omdat hun lichaamstemperatuur intern constant wordt gehouden. Dat verklaart ook waarom er geen groeilijnen terug worden gevonden bij zoogdieren.
Tyrannosaurus rexPopup
Zijn dino’s koudbloedig omdat er in hun botten jaarlijkse groeilijnen te vinden zijn? Afbeelding: © Scott Kinmartin

Minstens een jaar groeien

De meeste dinosauriërs hadden wel groeilijnen in hun botten en daardoor ontstond de theorie dat dino’s koudbloedig waren. In de afgelopen jaren is die theorie al verschillende keren bekritiseerd. Maar het feit dat dino’s, net als amfibieën en reptielen, wel groeilijnen in het bot hadden en zoogdieren niet bleef overeind staan. Dat komt omdat we nooit goed hebben gekeken naar de botten van grote zoogdieren, zegt paleontologe Meike Köhler nu. We weten vrij veel over de botvorming bij kleine zoogdieren, maar omdat hun skelet binnen enkele weken of maanden wel volgroeid is worden er bij die dieren nooit jaarlijkse groeilijnen afgezet. Om die te vinden moet het bot minstens een jaar groeien. Logisch dus dat er bij kleine zoogdieren nooit groeilijnen zijn gevonden.
Köhler en haar Spaanse collega’s van de universiteit van Barcelona besloten het bot van grote evenhoevigen eens onder de loep te nemen. Zij verzamelden skeletmateriaal van ruim honderd gestorven wilde herten, antilopen, rendieren en elanden. De diversiteit van het skeletmateriaal was groot. Er zaten botten bij van zoogdieren die leven in het Noordpoolgebied, maar ook botten van dieren die leven in de tropen. Er waren botten bij die afkomstig waren uit een nat klimaat, maar ook uit een droog klimaat. En het maakte niet uit welk bot Köhler en haar collega’s bekeken: overal vonden zij de jaarlijkse groeilijnen terug.
Groeilijnen in het bot van een hertPopup
Jaarlijkse groeilijnen zichtbaar in het bot van een hert. Twee lijnen boven het eerste blauwe gebied, twee lijnen tussen de twee blauwe gebieden, en één lijn onder het tweede blauwe gebied. Afbeelding: © Meike Köhler

Ongunstig seizoen

De paleontologe merkte op dat de groeilijnen jaarlijks werden afgezet in het ongunstige seizoen. Dat is voor veel dieren de periode dat het erg koud is, of heel erg droog. Om die zware tijd door te komen, verlaagt een zoogdier zijn lichaamstemperatuur en stofwisseling ietsje. Dat bespaart energie, maar zorgt er ook voor dat het dier wat minder snel groeit dan normaal. Aan het einde van het ongunstige seizoen gaan de lichaamstemperatuur en de stofwisseling weer iets omhoog en gaat de groei ook weer wat harder. Die jaarlijkse vertraging in de groei is dus wat je ziet in de groeilijnen in het bot.
Wat betekent de vondst van Köhler en collega’s nu voor dinosauriërs? In ieder geval dat op basis van de aanwezigheid van jaarlijkse groeilijnen niet gezegd kan worden dat ze koudbloedig zijn. Warmbloedige dieren hebben die groeilijnen immers ook. Wat blijft er dan over van de theorie dat dino’s koudbloedig waren? Niet veel, want de snelle groei en de enorme omvang die de dieren konden bereiken lijken alleen mogelijk met een warmbloedige stofwisseling. Een koudbloedig dier kan lang niet genoeg energie vrijmaken om zo’n lichaam te onderhouden en in beweging te brengen.

Bronnen:


Zie ook:

Lichaamstemperatuur van dino’s steeg met grootte en groei (Geonieuws)

Dino’s waren warmbloedig (Kennislinkartikel)

Dinosaurus had hoge lichaamstemperatuur (Kennislinkartikel)