maandag 13 mei 2013

over de goedheid

Als het al gemeen zou zijn om mee te luisteren in gesprekken tussen mensen, als mildste vorm van meehorend. En men alleen nog in een leugen veilig is voor zulk een verstaanbaarheid. Waarom is de goedheid ondanks zijn onverstaanbaarheid dan wel een schuld? Wat voor een slechts werd er dan besproken en mocht niemand horen?

Met het categorisch imperatief:

Kan ik willen dat niemand meehoort?
Als niemand meehoren mag zouden vis-a-vis gesprekken in publiek nooit meer mogelijk mogen zijn.

Kan ik willen dat ik lieg over het spreken en luisteren zodat meehoren een zinloze activiteit is?
Als praten onbetrouwbaar is geworden dan is een gesprek ook niet meer mogelijk.

Kan ik willen dat mensen voor altijd zwijgen?
ls mensen alleen nog maar zwijgen mogen dan is praten een groot geheim geworden.

Kan ik willen dat iedereen een geheim heeft?
Als alle mensen geheimen mogen hebben dan leidt dat tot ontwijkende en ziekmakende gespreksvormen tot er geen gesprek meer mogelijk is.

Kan ik willen dat ik nooit een belediging hoor?
Als niemand meer mag beledigen zou dat het fatsoen te goede komen

Kan ik willen dat mensen beledigingen liegen?
Dat zou tot absurde gespreksituaties leiden

Kan ik willen dat mensen leugens niet verstaan?
Als niemand leugens meer mag verstaat zou alle verstaan waarachtig moeten zijn en praten overbodig evenals eerlijkheid, en dus absurd.

Waarom is de goedheid dan bedrog in een gemeenschap van mensen?
Omdat de goedheid wordt verwart met normaliteit


Persoonlijk vind ik elk gedrag slecht dat de mogelijkheid van een gesprek saboteerd, en hiervan ben ik zelf ook een groot zondaar en als slachtoffer ook niet te benijden.