Posts tonen met het label poezie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label poezie. Alle posts tonen

dinsdag 8 januari 2013

droomoog


Omdat anders is dan Ik
En zulk een blauwe horizon
Nimmermeer zag in een gezicht
Wat kan verliezen anders afwon
Dan liefde op het eerste licht
droppels van goud geel geil zeer
druipt met zonnedauw verligt
in ons droom-oog neer.

zondag 23 december 2012

Poolnacht In cafe De Zoektocht.

Tussen het zwarte licht
onder de lantaarn, être.
Bevroren gezichtsplezier.
 Zonder laatste woorden.

 Nu ik haar gevild oog,
dool ik wreed ontzield,
in de kans vergeten.


 Dan een vermoorde herinnering,
ontslapen smart
van doods licht en te koud leven.

En even fonkelt de gloed 
van wat we ooit deden aflopen
voor een heel jaar.

In een nutteloze plaats.
Lang geleden....
 met uitgespeeld kaarslicht
en trefloze sympathie.



woensdag 19 december 2012

gedicht nr. 154::herfstblad

de kust in het hier
mijn oor, jouw oor
je lange, slanke benen
wandel om mijn middel
als haar de sloop bevrijd
en je wenende kut
je hand om de mijne grijpt
ik zucht, liefste en
strand op mijn mond

mijn hemel is blauwer
bewogen je ogen genoten
onder het vernachtte laken
ons vleselijke graat, kwellend
aanzicht en tepels huiverend
botsend, trillend naakt hart
gemarteld tussen benen opgelicht
mij tandtergend slijpt moet willig
kreunend schrijft een laatste
puntige hartenkreet
aan het doen

haar tong paart de mijne
en lippen kruisen koortsig
ons gelaat genegen likkend
aan mijn driftige knots
zet ze genageld in haar
rug terug en floepen teer
strelende weder voorbij
ballen dartel er
haar gezicht er eenzaam
dein en wieg er
tieten op ons heidens ritme
van een verrukt foppen

jouw zee boven mijn horizon
en zon je lijf soms dromend
als begeerte je vrind
en komt het stralend
ontmoet het geen ander
dan het ene begint
en eindigde zittend op
bed, je doucht
kleed en eet
gaat

weg

zaterdag 15 december 2012

Elegie voor Esther

In bloedgeronnen tranen
woon je in mijn hoofd

Je zomerjurk weerspiegelt
en declameert je laatste dag

Je valt als een lappenpop
geschoten in je slaap

Neer in de betonnen bunker
vraag je nog mijn naam.

Het is 00:00 geleden

Wat je nooit verwittigde
Met huurprijzen voor een prikje

spuitje je glas weer vol angst
Op de overloop lig je verslagen

als een paardeharen vloer
In ziekere humor.

waar niemand vroeg
Waarom ik niet was gekomen

maandag 10 december 2012

Prins van Denemarken: Eer dat mijn kranke brein zich t’enemaal vergekt

Prins van Denemarken: Eer dat mijn kranke brein zich t’enemaal vergekt:
Eer dat mijn kranke brein zich t’enemaal vergekt
Weg zoete zotternij, fluks zeg ik wilt verreizen,
Eer dat mijn kranke brein zich t’enemaal vergekt.
Zo niet, dan angst en vaar in ’t zotte minnen stekt
En zorge vol verdriet, waarvan het hart mag ijzen.

O min, uit mijn verstand wilt dan terugge deizen,
Gij die mij het vernuft met loze schijn bevlekt.
Fluks zoete zotternij, weg zeg ik, en vertrekt
Met uw beloften schoon van ijdele gepeizen.

Dat men der minnen kracht in zijn gemoed gedoogt
Wanneer een vaste grond zich aan uw hoop vertoogt,
is enigszins gera’en, maar die kunt gij niet vinnen.

Te minnen zonder hoop is droom en beuzeling:
Dies zoete zotternij vertrekt van hier gering,
Weg zeg ik, en vertrekt uit mijn verwarde zinnen.

Sonnet
uit: Zo sprak mijn lief mij toe : de mooiste liefdesgedichten – P.C. Hooft

zondag 9 december 2012

slapende vrouw - hendrik marsman


Slapende vrouw

De onrust en de lichtbewogen
ontvanklijkheid van hare trekken
zijn weggewist en overtogen
door maanlicht, dat in zachte plekken

gestort ligt over kruin en peluw -
en dekens die haar slaap bedekken
welven het maanlicht tot een landschap,
een keten die zijn tere bekkens

van zilverglans doet overstromen -
hoe lieflijk droomt het hoofd daarboven:
de mond, die vlinders niet zou wekken
is vaag geopend en de ogen

die overdag het leven vingen
liggen behoedzaam nu geloken
tussen de ijle zwarte veren
van wimpers en van wenkbrauwbogen.
Porta Nigra (1934)


schrijver

zaterdag 1 januari 2011

herman groter - in de stilte van de stad





 




 



IN de stilte van de stad
kwam ze, haar rok ruischte,
de witte handen had
ze stil, ik luisterde.




 



vrijdag 31 december 2010

herman gorter - het was dien avond zoo stil

HET was dien avond zoo stil
en de boomen stonden zoo stil -- zoo stil,
de hooge lommerde boomen -- de vèr-fijnvingrige toppen
naast elkaar en achter elkaar als vingerpoppen --
alles was zoo stil zoo stil
en het gehoekte huis zoo stil
in het heldere licht als water
als droog water.
O die fonkelfijne tranelache gloeiendkoele lucht
o die fonkelgroene somberharde wreede rustige grond
daar stond zij in op, daar stond ik op, naast elkaar,
zij in gezonken blikken, in gezonken haar
met de fijnroode wang, met het neergaande lang
lijnig gezicht -- en toen zeien we maar om het nooit te doen.
We hielden toch eigenlijk niet zooveel van elkaar --
ieder afzonderlijk -- alles kalm en raar.

donderdag 31 december 2009

Eins!
Oh Mensch! Gieb Acht!
Zwei!
Was spricht die tiefe Mitternacht?
Drei!
"Ich schlief, ich schlief -,"
Vier!
"Auf tiefen Traum bin ich erwacht:-"
Fünf!
"Die Welt ist tief,"
Sechs!
"Und tiefer als der Tag gedacht."
Sieben!
"Tief ist ihr Weh -,"
Acht!
"Lust - tiefer noch als Herzeleid:"
Neun!
"Weh spricht: Vergeh!"
Zehn!
"Doch alle Lust will Ewigkeit -,"
Elf!
"- will tiefe, tiefe Ewigkeit!"
Zwölf!


Nietzsche - Also sprach zarathustra - het andere danslied

maandag 14 augustus 2006

Preacher's Kid

Preacher's Kid

It is said preachers' kids
Are the worst
It must've been a preacher's kid
Who said this first

Self-induced pressure
Could be the cause
Trying to distance themselves
From their parents' laws

Their own identity
Is what they seek
It is bad form
To be considered weak

The period of rebellion
Differs with each kid
Losing sight of the Lord
Determines how far they slid

Thank the Lord for parents
Who spend time in prayer
Seeking the Lord's face
On behalf of their child's welfare

maandag 20 september 2004

Tomaz Salamun

Tomaz Salamun poezie:

"SAN JUAN DE LA CRUZ AND JOHN DILG

Mijn God is een wreed geel insect dat zich vestigt waar het wenst. Clown! Ik val niet meer voor jouw trucs ! Mijn God is een duizendtal flitsen in een enkel klontje suiker. Nu dompel ik......."

Mijn god is een wreed geel insect,
hij nestelt zich waar hij wil.
Clown! Ik zal geen van je trucs meer
volgen! Mijn god is duizend flitsen in één

een enkel stukje suiker. Nu verdrink ik het in
koffie in je kasteel, net zoals
je twee kinderen voorbestemd zijn om te zijn, Katharina Trask.
De suiker verdwijnt, ik verdwijn. Ik veeg mijn

voorhoofd af. De gasten staren naar me en
vragen me of ik gek ben. Ik word gek.
Ik word al getransporteerd in de vlam van andermans ogen.
in de stalen, fluwelen pupillen van John

Dilga. Elke hap van zijn brood is
een storm. Ik zal buigen als een brug.
Ik zal deze grap verdragen. Waar zijn jullie, jullie
kleine wezens? Ik zal jullie opsluiten in een bijenkorf.

Insecten! Insecten! Gestreepte geurende
machines! Blijf waar je
was, vriend. Dwaal niet rond
de afgrond van mijn rechten-menselijke vezels.