donderdag 14 april 2011

Taalkenmerken niet universeel, maar familiair

Taalkenmerken niet universeel, maar familiair: "
Switchboard

De theorie van Chomsky is een van de bekendste taalkundige theorieën. Hij ziet talen als een soort schakelbord, waarbij elke schakelaar op verschillende standen kan staan. De schakelaar ‘woordvolgorde’ kan bijvoorbeeld staan op ‘werkwoord vooraan’, ‘werkwoord in het midden’ of ‘werkwoord aan het eind’. En de schakelaar ‘lettergeepstructuur’ kan onder andere staan op standje ‘begint met één medeklinker’ of standje ‘begint met nul, één of twee medeklinkers’. Elke taal bestaat uit een unieke afstelling van al die schakelaars. En een kind dat zijn moedertaal leert hoeft volgens Chomsky alleen maar in zijn hoofd alle schakelaars op de juiste instelling te zetten.


De Amerikaanse taalkundige Joseph Greenberg ging op onderzoek uit welke schakelaars er allemaal bestonden en ontdekte dat verschillende schakelaars aan elkaar gekoppeld waren. Talen waarbij het werkwoord altijd aan het eind van een zin komt, plaatsen meestal ook het bijvoeglijk naamwoord ná het zelfstandig naamwoord (zie afbeelding hieronder). Nijmeegse onderzoekers Michael Dunn en Stephen Levinson vroegen zich echter af of deze schakelaars wel écht aan elkaar gekoppeld waren of dat de talen simpelweg afstamden van talen met allebei deze eigenschappen.


Taalfamilies

Dit is een stukje van de Indo-Europese taalstamboom. In de meeste talen waar het werkwoord aan het eind van de zin komt (blauw rondje) komt ook het bijvoeglijk naamwoord ná het zelfstandig naamwoord (blauw vierkantje). En als het werkwoord aan het begin moet (rood rondje), staat meestal ook het bijvoegelijk naamwoord vóór het zelfstandig naamwoord (rood vierkantje). Zijn de schakelaars gekoppeld of hebben ze gewoon dezelfde voorvader?




Blond haar en blauwe ogen


Het onderzoek dat de onderzoekers van het Max Planck Instituut deden -en samen met Nieuw-Zeelandse collega’s deze week in Nature publiceerden- lijkt erg veel op genetisch onderzoek. Mensen met blond haar hebben meestal ook blauwe ogen. Zijn de genen die voor deze eigenschappen zorgen dus aan elkaar gekoppeld? Of stammen deze mensen af van een voorvader die ook beide eigenschappen had? Om dit te onderzoeken moet je in de stamboom duiken. En dat is dus precies wat de taalkundigen ook deden.


Stamboom taalfamiliesPopup

Verschillende taalfamilies in één grote stamboom. Klik op de afbeelding voor een vergroting.



Zij namen vier grote taalfamilies onder de loep die samen bijna een derde van alle ongeveer 7000 talen ter wereld bevatten. De stambomen van deze families gaan 4000 tot 8700 jaar terug. De onderzoekers bekeken telkens een set van twee schakelaars die met de woordvolgorde van die taal te maken hebben. Hoe groot was de kans dat de instellingen van die schakelaars onafhankelijk van elkaar ontstaan zijn? En hoe groot de kans dat ze zijn ontstaan uit een gekoppelde ontwikkeling?

Uit het onderzoek blijkt dat er wel degelijk taalkenmerken op het gebied van woordvolgorde zijn die aan elkaar gekoppeld zijn. Maar deze koppelingen komen alleen voor binnen bepaalde takken van een taalfamilie — en niet universeel in alle talen. Elke taalfamilie heeft zijn eigen evolutionaire karakteristieken en de regels in een taal worden het meest bepaald door de geschiedenis van die taal. Voor universele koppelingen, zoals Greenberg die voorstelde, vonden de onderzoekers geen bewijs.


Lees ook:


"